Monsieur Mont Ventoux



Wie ben ik?

Mijn naam is Roland Hurtecant, zoon van Jozef met dezelfde familienaam en Maria Van Driessche. Mijn vader was gareel- en zadelmaker, een knap vakman en altijd bereid iemand te helpen. Mijn moeder was eveneens de goedheid zelve. We woonden in Oostkamp. Mijn ma was huisvrouw nadat ze jaren bij kasteelheren gediend had in de streek van Nazareth. Jozef, Maria en Nazareth, maak de link. Ik had Jezus kunnen heten.
Ik ging naar de gemeenteschool te Oostkamp, later naar het Sint-Leocollege in Brugge tot het tweede middelbaar. Iemand die Frans kende zou het ver brengen, dus werd ik naar Pecq gestuurd naar het voorbeeld van Jan Bauwens die er ook gestudeerd had en de zoon was van Gaston, die een grote meubelfabriek runde in Oostkamp.Ik moest hard knokken bij de Walen en de Heer Derideau - leraar Frans -was biezonder streng en veeleisend. Toch kwam ik als 2de uit het 3de jaar met onderscheiding. Wat nu gedaan, ik moest normaal nog naar de humaniora. Mijn leraar Nederlands raadde me aan het voorbereidend regentaat te proberen aan de “École Normale de Nivelles”. Toen een klinkende naam in Frans Belgenland. Met hard werken ging ik de Walen kloppen op eigen terrein en werd er Regent in de Germaanse talen, later ook in de Romaanse talen, zowel in het Franse als Nederlandse taalstelsel, zodat ik eigenlijk over het hele Belgische schoolnetwerk kon en mocht lesgeven. De humaniora heb ik dus overgeslagen. Twaalf jaar Wallonië en later 22 jaar Vlaanderen (Atheneum en Middenschool Knokke) waren goed voor een geslaagde loopbaan om onze jeugd een beter taalgevoel te geven.

Nu ben ik een gepensioneerd fietser, alhoewel de meesten in mij meer een avonturier zien.
In de normaalschool had ik de voetbalmicrobe te pakken. Ik kon aardig overweg met een bal, technisch en snel. Samen met Raymond De Baets (Gantoise) maakten we heel wat goals bij de Zeemacht in Brugge Sint Kruis. We speelden toen ook kampioen. Ik speelde bij Oostkamp, toen bij de lagere provinciale afdelingen en maakte heel wat goals bij de reserve. Ik zag die sport als zuivere recreatie en toen kon je ook nog een paar man dribbelen zonder dat ze je tegen de grond katapulteerden. Toen ik les gaf in Profondeville bij Namen werd ik meteen aanvaard in 2de Nationale bij de Union Namur en speelde er verschillende matchen in eerste reserve. Ik was zelfs de trainer van Toussaint Nicolay, de broer van Jean, toen de keeper bij Standard Luik. Ik kon verdorie hard schieten. Fernand Boone ex-doelman van Club Brugge complimenteerde me zelfs een keer dat ik zo hard schoot als Toine Van Poelvoorde.

Ik ben trouwens één jaar lid geweest van Club Brugge en speelde met de tweede reserveploeg... Het waren mooie jaren en ik verdiende nog mooi drinkgeld ook. Stel je voor van derde provinciale onmiddellijk aanvaard worden na een kleine test in 2de Nationale. Ik bleef dus een rasechte amateur en zag er echt geen geldgewin in omdat het me eigenlijk niet interesseerde. Ik deed graag eens iets anders, liever dan in een bepaald keurslijf gedwongen te worden, nu nog eigenlijk.

Mijn Franse periode bij onze zuiderburen nam een einde via Moeskroen, waar de École Technique de L’État mijn laatste verblijf was alvorens in 1970 definitief mijn laatste school in Knokke te vinden. Intussen was ik overgestapt naar het fietsen en maakte furore bij de Breydelzonen in Brugge, de club van wijlen Flor Kellner, waar ik samen met andere leden uithoudingsprestaties neerzette die menigeen nu als reinste waanzin zou bestempelen. Nu vind ik dat ook waanzin, maar in die jaren 60 werd je geen kampioen zonder elk weekend minstens 500 km te fietsen. We vonden die krachtpatserijen heel normaal en zelfs amusant. Er zijn er te veel om op te noemen maar een Knokke-Aubange (692 km) heen en terug, een Ronde van België 800km, een De Panne-Maaseik-De Panne (530 km non-stop) stonden bijna elke week op het programma.

Ik voelde me al heel vlug aangetrokken tot het buitenland en vooral Frankrijk dan. Ik heb er trouwens al meer dan 130.000 km gefietst. In 1973 werd Brugge-Mont Ventoux gesticht. Ik was er de eerste keer in 1969 samen met mijn vriend Roland Bonny. We hadden toen een heilige schrik van die berg, waar een zekere Tommy Simpson, twee jaar vroeger in speciale omstandigheden de dood gevonden had. Met trekken en sleuren bereikten de twee Rolands toen de top, kant Malaucène. Met een veel te groot verzet. Toen wisten we van niet beter en bestond er ook niet veel van kleine kamwielen en kroontjes achteraan. Het kleinste was toen 45 x 24 en 26. Later in 1972 werd ik nog uitgenodigd voor een klimtijdrit op de Mont Ventoux door de A.S.P T.T. van Avignon. Ik trok er naar toe met Eric De Bel en Willy Verburgh . Het was mijn droom meer mensen naar die berg te brengen. Een weddingschap met Monsieur Gravier Marie-Louis, de stichter van de Syndicat d’Initiative - zeg maar het Bureau voor Toerisme - en de burgemeester mondde uit in de eerste Brugge-Mont Ventoux, die nu aan zijn 32e editie toe was en zopas een prachtig geslaagd verloop kende. Een stèle (standbeeld) vereeuwigt de moed en volharding van alle wielertoeristen die de Mont Ventoux beklimmen. Het staat standbeelder al sinds 1979.op de geografische plaats de Col des Tempêtes, aan de voorlaatste bocht, kant Bédoin. Het is de meest winderige plaats, waar de Mistral ongenadig kan toeslaan. Mijn naam staat er op samen met een paar andere medewerkers en sponsors. De zware tocht met competitie van de beginjaren, waar we bekend en later berucht werden, heeft een hele gedaanteverandering ondergaan en is nu toegankelijk voor een normaal getraind wielertoerist die kan in peloton rijden. Brugge-Mont Ventoux is in geheel België bekend. Brugge-Mont Ventoux zal ik blijven koesteren en organiseren zolang de gezondheid me niet in de steek laat. Na 142 beklimmingen heb ik er nog steeds niet genoeg van en hoop nu in september er nog een paar bij te doen, kant Bédoin, zonder natuurlijk de cols rond de Mont Ventoux te vergeten, want het is een uniek mooie streek. Vergeet ook de Gorges de la Nesque niet, alvast een aanrader voor beginners...

Ik heb intussen een groot deel van de wereld bereisd, bergen beklommen van meer dan 4000 m . De fiets was vaak mijn vervoermiddel in Afrika, Amerika; en vooral in Frankrijk.

Aangezien ik ook vliegtuigpiloot ben, werd de fiets vaak meegevoerd. Ik trok er zelfs mee naar IJsland. Het waren reizen waar cowboywerk en hilariteit de doorslag gaven zonder natuurlijk de sportieve prestaties te vergeten, die niet van de minste waren.
Brussel –Beirut (4300 km ) in 1971, Brugge-Noordkaap in 1985, Brugge-Dakar in 1989 scherpten mijn zin voor avontuur en bevestigden mijn uithoudingsvermogen.

Rugproblemen veroorzaakt door een in mijn ogen te snelle afdaling van de Mont Ventoux, waardoor ik een “nid de poule” of een van die lichte verzakkingen in het wegdek niet opgemerkt had, zorgden ervoor dat ik van de ene behandeling in de andere terechtkwam en maanden op non-fietsactief geplaatst werd gedurende verschillende perioden. Een harde dobber voor wie niet stil kan zitten. De rugkliniek in Sijsele heeft er me doorgeholpen. Nu kan ik sinds twee jaar gemakkelijk de Mont Ventoux opnieuw beklimmen en er werkelijk van genieten met een aangepast verzet. Regelmatige rug- en buikspieroefeningen zijn wel noodzakelijk eenmaal de tussenwervelschijven beschadigd zijn. Ik moet echter niet klagen .

Uit mijn eerste fietsperiode herinner ik me nog dat ik als amateur gekoerst, enfin meegereden, heb met Eddy Merkx, Jean-Pierre Monseré, Freddy Maertens, Roger en Eric De Vlaminck, de Van Damme broers, Wolfhohl om er maar een paar te noemen. Vandaag ben ik nog de oudste cyclo-crosser bij de Wielerbond Vlaanderen, niet om prijzen te winnen, daarom heb ik al te veel lentes meegemaakt, maar wel omdat ik het een mooie sport vind, me er amuseer en me sociaal kan uitleven met die sportvrienden die kou of regen trotseren om hun geliefkoosde sport te beoefenen… Voor de ouderdomsdeken hebben ze nog veel respect..
Zo blijf ik me jong voelen. Ik zal het maar hierbij laten.

Ook de motorfiets heb ik nog bereden dwars door de Sahara tot in Dakar, wel achttien keer op mijn bek gevallen, maar het strand aan de Lac Rose heb ik bereikt. Ik ben trouwens geen echte motorrijder, maar ik ben wel in Dakar geraakt.

De Sahara heb ik trouwens ook met de fiets doorkruist . Ik heb er ook twee maal vier dagen vastgezeten met het zelfde sportvliegtuig de OO.RTD, maar heb nadien de helft van Afrika overvlogen: pittige verhalen zijn eraan verbonden. Het boek zal u verder helpen om me beter te leren kennen. Hopelijk kunnen we samen de "vernissage" meemaken. Nog wat geduld, want ik heb ook fouten, ik ben voor sommige zaken nogal nonchalant.

Intussen blijf ik verder fietsen en nodig kandidaat deelnemers uit om samen in een paar organisaties (zie de website) onze geliefde hobby in een prachtige omgeving te beoefenen met een paar bergjes in de achtergrond als absolute spraakmakers. Alles kan, niets moet. Fietsen, maar ook "genieten op de fiets" is het motto die ik voortaan hoog in het vaandel draag, alleen of met een paar vrienden die meer willen genieten dan alleen maar het achterwiel van hun voorganger willen zien, alhoewel sommigen "hijgen" over hun stuurstang ook als genieten bestempelen. In het Frans zou men zegge "Les goûts et les couleurs ne se discutent pas".

Steeds inbegrepen in onze reizen:

  • Vervoer
  • half-pension,meestal twin kamer, triple uitzonderlijk
  • bevoorrading in verschillende ritten met volgwagen
  • water aan tafel (alcoholische dranken niet inbegrepen)
  • péage
  • onkosten volgwagen
  • brandstof
  • toffe groepssfeer
  • 40 jaar ervaring.
Meer info?


1